Story: Als we haar Eva noemen

Ik ben best diervriendelijk, al zeg ik het zelf. Ik aaide mijn konijn zo’n twee keer per dag en ben maar liefst anderhalf jaar vegetariër geweest, voordat ik zwichtte voor de frikadel en heel mijn vijfjarenplan in de soep liep. Vlees eet ik weinig, gewoon omdat de kaaskroketten zoveel beter smelten op je tong. Conclusie: ik doe het milieu en mijn geweten al jarenlang een plezier, totdat ik op jacht ging naar accessoires in de meubelwinkel.

‘Maar als we haar Eva noemen, is het dan wel goed?’
Samen met mijn vriend stond ik voor een rek vol met huiden van eekhoorns. Of ze echt of nep waren, dat wist ik niet. En dat was precies het probleem. Ik kon het niet verdragen om een vermoorde eekhoorn als accessoire in mijn huis ten toon te stellen, ook niet als we er de naam Eva aanhingen.

Maar ik had al te vaak ‘nee’ tegen mijn vriend gezegd, en dus begon een overtuigende ronde van argumenten waarom we Eva de eekhoorn in ons midden moesten nemen.
‘Omdat ze anders toch wel werd verkocht’ was er één. En ‘Dit was vast haar allerlaatste wens’. Of dat zo was wist ik niet, maar in het voorbijgaan geaaid worden was nog altijd beter dan tot stof vergaan in een urn. Als dat bij dieren al van toepassing was. ‘Zie je wel,’ zei mijn vriend.

Even later lag Eva in onze kast, naast een plantje dat geen pot nodig had en een ingelijste foto van een mopshond. Prima, dacht ik. Maar hier houden we het bij. Alleen Eva.

‘Maar als we hem Gerrit noemen, dan is het toch goed?’ Een week later stond ik met mijn vriend voor precies zo’n zelfde kast, in een andere winkel.
‘Nee,’ zei ik terwijl ik naar de huid van een geit wees. ‘No fucking way.’
Mijn vriend vuurde zijn argumenten weer op me af, en langzamerhand ging ik erin mee, mijn geweten sussend.
‘Als jij een geit was,’ zei hij ‘Dan zou je toch veel liever na je dood nog van nut willen zijn?’ Dat was dat.

Even later lag Gerrit op de grond voor de kast, naast de plant, de ingelijste foto en Eva de eekhoorn. Nadat ik zo’n tien minuten lang naar de witte lap stof op de grond had gekeken, speelde mijn geweten op. Het was toch best wel cru, die neppe maar misschien toch echte dierenhuiden in huis. Omdat ik ze niet meer terug kon brengen, besloot ik ze tweemaal per dag in het voorbijgaan te aaien. ‘Nick’, vroeg ik. ‘Ik denk dat we de frikadellen maar weer weg moeten gooien’.
‘Is goed. Zeg, wat vind jij eigenlijk van een vogelskelet?’

P.s. Dat skelet is natuurlijk mijn huis niet binnengekomen. Ik en mijn geweten hebben genoeg aan Eva en Gerrit.

Love, Bente (2)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *