Fiction on Friday: Het rozenmeisje – deel een

Naast het schrijven van columns en recensies, werk ik sinds kort ook  aan fictie. Op de vrijdag vind je hier een kort verhaal. Deze komende drie weken een feuilleton van een duister sprookje, geschreven voor mijn minor Creatief Schrijven. 

Als Rosa zegt: ‘Kijk daar.’
Dan zegt haar moeder: ‘Niet doen.’
Als Rosa vraagt: ‘Wat is er daar aan de hand?’
Dan roept haar moeder: ‘Doe onmiddellijk ons bloemetjesgordijn weer dicht.’
Als Rosa stiekem de deksel van de pan optilt om te kijken wat er die avond op tafel staat, dan geeft haar moeder een tik op haar hand. ‘Nieuwsgierige meisjes, dat brengt niets goeds.’
Ook vandaag roept haar moeder haar na met deze woorden als ze met een mand onder haar arm naar het dorp loopt om boodschappen te doen. Ze draait zich om, ziet haar moeder met de vaatdoek nog in haar hand naar haar wapperen.
‘Ik meen het Rosa. Wijk niet van het pad af. Hoor je me?’
Ze hoort haar wel, maar doet alsof het briesje dat door haar haren waait het stemgeluid van haar moeder verstomt.
‘Nieuwsgierige meisjes, dat’
‘Brengt niets goeds,’ maakt ze haar zin af. Ze loopt de hoek om, het zandpad op dat naar het dorp leidt. In gedachten ziet ze voor zich hoe het hoofd van haar moeder rood wordt terwijl ze nog steeds met die stomme doek zit te wapperen. Ze kan er niets aan doen, de lach op haar gezicht komt vanzelf. Waar maakt ze zich toch zorgen om, denkt ze. Nieuwsgierig zijn kan toch zeker geen kwaad?

Ze hoort de stemmen van de koopmannen op het marktplein al in de verte.
‘Tien pond kaas voor maar drie munten!’, zegt de een.
‘Een zak aardappelen, nu slechts vijf munten!’, roept de ander.
Het smalle zandpand dat langs het bos loopt, verandert in een met kinderkopjes betegelde weg. Twee kinderen rennen lachend langs Rosa. Hun moeder sjokt erachteraan. Ze moet regelmatig aan de kant springen voor karren waar paarden voor gespannen zijn. Ze probeert altijd een blik op te vangen van de dames die in zo’n gouden koets zitten. Met hun jurken van zijden en een enkele roos in het haar. Ze zou willen dat ze zelf zo’n bloem in het haar kon steken. Maar iedereen weet dat de rode rozen alleen bedoeld zijn voor de allerrijksten. Die kunnen het zeldzame goed betalen, met zakken vol munten en ook nog eens van goud. De legende gaat dat als je zelf zo’n bloem in het bos vindt, al het geluk aan je zijde staat. Rosa heeft er nog nooit een gevonden.

Nog drie huizen en dan is ze bij het marktplein. Ze gaat het boodschappenlijstje af dat haar moeder meegegeven heeft. Twee pond kaas, een half brood en een wortel voor in de soep. De munten in haar rechterzak rinkelen bij iedere stap die ze zet. Zonder in die zak te voelen weet Rosa dat het er veel te weinig zijn. Ga ik stelen of bedelen om aan de producten te komen, denkt ze. Dan hoort ze geritsel aan de rand van het pad. Ze kijkt naar links. Verwacht een kind te zien dat in het bos aan het spelen is, of een hond die de weg kwijt is. Het is geen kind en ook geen hond. Rosa’s nog lege mand valt op de grond terwijl ze naar de plek loopt waar het geritsel vandaan kwam. Er is niemand, enkel de rozenblaadjes die in het donkere zand liggen. Rosa legt een hand op haar borst terwijl ze blijft kijken naar de intens rode kleur. Concentreert zich op de heerlijke geur die ervan af komt. Ze duwt de struiken zachtjes opzij, zodat ze er nog beter naar kan kijken. Als ze de mand nog steeds in haar handen had, zou hij nu weer vallen.

Rosa ziet niet tien rozenblaadjes, maar honderd. Nee, vierhonderd, duizend! Ze liggen in groepjes bij elkaar, vormen een pad dat dieper het bos in loopt. Waar zou het naartoe leiden, vraagt ze zich af. Het moet vast iets wonderbaarlijks zijn. Een paleis misschien, of een groot kasteel waar al het eten van de wereld te vinden is! Verlekkerd denkt ze aan de dadels, die daar vast in een grote fruitschaal op een gedekte tafel staan, wachtend tot iemand ze op komt eten. Voorzichtig zet ze haar voet in een cirkeltje van rozenblaadjes. Het past precies! Zal ze het doen? Maar dan denkt ze aan haar moeder. De woorden die ze zei, het gewapper van die vaatdoek uit het keukenraam.
‘Nieuwsgierige meisjes, dat brengt niets goeds.’ Rosa denkt weer aan de dadels, glimmend en zo groot als de aardappelen op de markt. Ze neemt een besluit.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *