Fiction on Friday: Het rozenmeisje – deel 2

Voorzichtig zet Rosa haar andere voet in een tweede cirkeltje met rozenblaadjes. Een stap, twee stappen, drie stappen. Het enige geluid in het bos is het gezang van de vogels. Hier en daar ritselen de bladeren van de bomen bij een zuchtje wind.
Na een paar uur lopen begint het eentonige pad van de blaadjes Rosa te vervelen. De vogels zijn stiller geworden en zelfs de bomen staan er als standbeelden bij. Hoeveel stappen zou ze al gezet hebben, denkt ze. Zijn het er tweehonderd? Vijfhonderd, misschien? Maar zelfs na wat duizenden voetstappen lijken, is ze niet dichter bij het kasteel met de dadels op de gigantische keukentafel. Ze kijkt naar haar voeten terwijl ze stap na stap blijf zetten, vraagt zich af hoe ze na zoveel uur lopen nog steeds vooruit kunnen komen.
Maar wacht, wat is dat? Ze kijkt naar links, naar rechts. Waar komt dat geritsel vandaan?
‘Ik ben niet bang,’ zegt ze tegen zichzelf. ‘Ik ben niet bang!’
‘Maar dat hoor je wel te zijn, mijn kind.’
Een man is uit een struik gesprongen, Rosa deinst achteruit.

‘Ga weg!’, roept ze naar hem. Ze loopt harder.
‘Maar lief kind, ik ben er om je te helpen. Weet je.’
De man loopt naast haar. Zijn schouder komt net tot haar heup, in zijn hand draagt hij een schep die groter is dan hijzelf.
‘Ik hoef je hulp niet.’
‘Misschien mijn hulp niet, maar mijn advies wel. Stop met lopen, kind. Voor het te laat is. De bestemming aan het eind van het spoor is het niet waard.’
‘En hoe weet jij dat, heb je het ooit zelf eens afgelopen?’
‘Nee.’
‘Nou dan, verdwijn.’
‘Ik heb je gewaarschuwd. Geluk ligt niet altijd aan het eind van het pad, onthoud dat.’
De man tikt drie keer met zijn schep tegen de donkere grond en loopt terug de struik in, alsof hij er nooit is geweest. Rosa ziet nog net een geblokte stof uit zijn broekzak hangen. Hij lijkt op de vaatdoek van moeder.
Plotseling mist ze haar, het veilige gevoel dat ze haar geeft. Ze mist zelfs haar uitspraken als ze met haar handen boven de deksel van de pan hangt of zichzelf hardop afvraagt wat daar achter hun keukenraam gebeurt. Ze heeft honger, haar maag knort onophoudelijk. Was er maar iets te eten op dit oneindige pad, denkt ze. Het voelt zo onveilig hier, met de steeds grotere bomen en de donkere bladeren.
‘Van nieuwsgierige meisjes komt niets goeds,’ herhaalt Rosa voor zichzelf. En misschien, heel misschien, begrijpt ze nu eindelijk waarom haar moeder deze zin constant herhaalde als Rosa boodschappen ging doen met de mand onder haar arm. Want op dit moment levert nieuwsgierigheid niets anders op dan een hongerige maag, versleten voeten en een rozenpad dat nergens toe lijkt te leiden.
‘Je hebt gewonnen mam. Hoor je me?’, schreeuwt ze zo hard als ze kan. Maar er zijn geen vogels om verschrikt weg te vliegen.
‘Luister dan, ik verlies. Kun je me horen?! Ik verlies.’ En zo voelt ze zich ook, verslagen. Zonder het echt in de gaten te hebben houden haar voeten op met lopen, klaar om rechtsomkeer te maken en terug te gaan naar het dorp en de wapperende theedoek uit het raam van haar huis.
Rosa draait zich om. ‘Wat?’, brengt ze verschrikt uit. Wat ze ook doet en hoe geconcentreerd ze ook naar haar voeten kijkt, omdraaien doen ze niet. Ze blijven in het rozenpad staan, alsof ze vastgelijmd zijn aan de grond. Ze zet weer een stap vooruit. Dat werkt wel. Dan krijgt ze een idee. Als ik niet om kan draaien, maar wel vooruit kan lopen, dan moet achteruit ook lukken! Ze probeert haar voet naar achter te plaatsen, maar er komt geen beweging in.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *